Saint-Maurice-sous-les-Côtes, kerk Saint-Maurice

 

Het is ongetwijfeld in deze kerk, die van het einde van de 18de eeuw dateert en die ontsnapt is aan de verwoestingen van de Eerste Wereldoorlog, dat Duilio Donzelli zijn meest monumentale compositie heeft geschilderd, met eenenvijftig figuren op het gewelf van het koor. Je kunt niet ontkennen dat het geheel elementen van de Byzantijnse kunst bevat, zoals de starheid van Christus en de stoeten van personages die herkenbaar zijn aan hun attributen.

Zoals in vele andere kerken uit de Maasstreek wordt ook hier het thema van Christus Koning behouden, maar de uitwerking ervan is toch uniek: Christus die aan de basis van het gewelf op een troon zit en gehuld is in de kleren van een Byzantijnse keizer. Hij houdt een scepter en een wereldbol vast. Boven hem zie je twee vrij sierlijke engelen met een vaandel waarop een uitspraak van Christus staat: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’*. Langs weerszijden van Christus trekt een lange stoet van vertegenwoordigers van de geestelijke en niet-geestelijke gemeenschappen voorbij om het universele karakter van zijn koningschap te symboliseren. Rechts herken je onder meer de paus, een kardinaal en een bisschop, elk met hun gevolg, een priester, monniken en religieuzen. Links zijn leden van de lekengemeenschap afgebeeld, opgesteld achter een allegorie van Frankrijk: een gezin met kinderen, militairen waaronder maarschalk Pétain, magistraten en beoefenaars van diverse beroepen zoals een mijnwerker en een smid. Achter al deze personages en van hen afgescheiden door een balustrade werden emblematische monumenten in grisaille geschilderd, onder andere de Sint-Pietersbasiliek van Rome, de Heilig-Hartbasiliek van Parijs, de kathedraal van Verdun of ook nog de kerk Saint-Maurice zelf. Toen Donzelli deze compositie maakte, dacht hij ongetwijfeld aan het mozaïek ‘Jeanne d’Arc offert het koninkrijk aan Christus Koning’ dat de zuidelijke absidiool van de bovenkerk van de basiliek van Bois Chenu in Domrémy siert. Het werk van de ateliers Lorin (op kartonnen van Henri Pinta), onthuld in 1932, kende heel wat publiciteit, want voor de financiering ervan werd een inschrijving gelanceerd.

Je vindt nergens een handtekening terug, maar dit is misschien te verklaren door het feit dat Donzelli zichzelf heeft afgebeeld tussen zijn streekgenoten, gehuld in schildersschort en gewapend met palet en penselen. Door de vele verschillende houdingen, de groepjes figuren en de goudkleurige achtergrond waarop de wolkenlagen op circulaire wijze zijn aangebracht, gaat er van deze compositie een grote dynamiek uit.

Om ten slotte de eucharistie voor de geest te roepen, werd de triomfboog beschilderd met taferelen over de wijnpluk en de oogst: door werkende landarbeiders af te beelden, geeft Donzelli aan dat hij belangstelling heeft voor de werkmensen met wie hij tijdens zijn jeugd de strijd om het bestaan heeft gedeeld.

 

 

* Citaat uit het Evangelie volgens Johannes, 14, 6. Op het vaandel staat de Latijnse tekst: EGO SUM VIA, VERITAS ET VITA.

Saint-Maurice-sous-les-Côtes, Church of St Maurice

 

It was probably in this church dating to the end of the 18th century, which escaped destruction in the First World War, that Duilio Donzelli painted his most monumental composition with its fifty-one figures depicted on the vault over the choir. The whole is reminiscent of Byzantine art with the hieraticism of the figure of Christ and the processions of figures who can be recognised by their attributes.

Here, as in the case of the decoration of several other churches in the Meuse region, the theme of Christ the King was chosen. However, the treatment of this theme is remarkable: Christ, seated on a throne at the base of the vault, wears the clothes of a Byzantine emperor. He holds a sceptre and a globe. Above him, two particularly graceful angels hold a banner bearing words spoken by Christ: “I am the way, the truth and the life*. On either side of Christ, there are two long processions of representatives of ecclesiastical and lay societies to symbolise this universal royalty of Christ. To his right, the pope, a cardinal and a bishop, each accompanied by his retinue, a priest, monks and nuns, among other figures, can be recognised. To his left are members of lay society arranged behind an allegory of France: a family with children, soldiers including Marshal Pétain, judges and workers belonging to various trades including a miner and a blacksmith. Behind all of these figures, separated by a balustrade, symbolic monuments such as St Peter’s Basilica in Rome, the Sacré-Cœur Basilica in Paris, Verdun Cathedral and the church of St Maurice itself are depicted in grisaille. When he executed this composition, Donzelli was probably thinking of the mosaic of “Joan of Arc offering the kingdom to Christ the King” that adorns the south apse chapel of the high church of the Basilica of Bois-Chenu in Domrémy. Inaugurated in 1932, the work of the Lorin studios (on cartoons by Henri Pinta) had received a great deal of publicity because a fundraising campaign had been launched for it.

No signature is visible, but this may be because Donzelli depicted himself amid his compatriots, in his painter’s clothes, with his palette and brushes. Strong dynamics emerge from this composition due to the variety of the attitudes and the groups of figures and the gold-coloured background on which the layers of clouds are arranged in a circular pattern.

Finally, to evoke the Eucharist in this entrance to the choir, the triumphal arch is painted with scenes of grape-picking and harvests: the portrayal of agricultural labourers at work indicates Donzelli’s interest in workers, in whose struggle he shared in his youth.

 

 

* quotation taken from the gospel according to John, 14:6. The Latin text “EGO SUM VIA, VERITAS ET VITA” appears on the banner.

Hieraticism: stiff or fixed nature/appearance.

Saint-Maurice-sous-les-Côtes, Kirche Saint-Maurice

 

In dieser Kirche vom Ende des 18. Jahrhunderts, die von der Zerstörung im Ersten Weltkrieg verschont geblieben ist, hat Duilio Donzelli zweifellos seine monumentalste Komposition gemalt, mit seinen 51 Figuren, die auf dem Gewölbe des Chores dargestellt sind. Das Gesamtwerk erinnert an die byzantinische Kunst durch den hieratischen Charakter der Christus-Figur und die Züge der Personen, die an ihren Attributen zu erkennen sind.

Hier wurde ebenso wie für den Dekor mehrerer anderer Kirchen im Departement Meuse das Thema des Christkönigs gewählt. Seine Behandlung ist jedoch eigenartig: der auf einem Thron sitzende Christus, an der Basis des Gewölbes, trägt die Kleidung eines byzantinischen Kaisers. Er hält ein Zepter und einen Reichsapfel. Über ihm halten zwei besonders anmutige Engel ein Spruchband mit einem Wort Christi: „Ich bin der Weg und die Wahrheit und das Leben.“* Auf beiden Seiten des Christus entfalten sich zwei lange Züge von Vertretern der kirchlichen und der weltlichen Gesellschaft, um dieses weltweite Königtum Christi zu symbolisieren. Rechts von ihm sind unter anderem der Papst, ein Kardinal und ein Bischof zu erkennen, wobei jeder von seinem Gefolge begleitet wird, ein Priester, Mönche und Nonnen. Links von ihm sind Mitglieder der weltlichen Gesellschaft dargestellt, die hinter einer Allegorie Frankreichs aufgestellt sind: eine Familie mit Kindern, Soldaten, unter ihnen Marschall Pétain, hohe Beamte und Arbeiter verschiedener Berufsstände, darunter ein Bergmann und ein Schmied. Hinter allen diesen Figuren werden, von einer Balustrade getrennt, symbolträchtige Baudenkmäler in Grisaille dargestellt, wie etwa der Petersdom von Rom, die Basilika Sacré-Cœur von Paris, die Kathedrale von Verdun oder auch die Kirche Saint-Maurice selbst. Bei der Ausführung dieser Komposition hatte Donzelli zweifellos das Mosaik „Jeanne d’Arc bringt das Königreich dem Christkönig zum Opfer dar“ im Sinn, das die südliche Chorkapelle der Oberkirche der Basilika Bois-Chenu in Domrémy ziert. Das 1932 eingeweihte Werk der Ateliers Lorin (nach Kartons von Henri Pinta) hatte eine große öffentliche Aufmerksamkeit erfahren, da eine Spendenaktion zu seiner Finanzierung durchgeführt wurde.

Es ist keine Signatur zu sehen, aber der Grund hierfür ist vielleicht, dass sich Donzelli inmitten seiner Landsleute dargestellt hat, in seiner Malerkleidung, mit seiner Palette und seinen Pinseln. Von dieser Komposition geht eine starke Dynamik aus, aufgrund der verschiedenartigen Haltungen und Figurengruppen sowie dem goldfarbenen Hintergrund, auf dem Wolkenschichten kreisförmig angeordnet sind.

Um schließlich in diesem Choreingang an die Eucharistie zu erinnern, ist der Triumphbogen mit Weinlese- und Ernteszenen bemalt: die Darstellung von Landarbeitern bei der Arbeit ist ein Zeichen des Interesses von Donzelli für die Arbeiter, mit denen er während seiner Jugend gemeinsam gekämpft hat.

 

 

* Zitat aus dem Johannesevangelium (Joh 14, 6). Auf dem Spruchband ist der Text in lateinischer Sprache geschrieben: „EGO SUM VIA, VERITAS ET VITA.“

Hieratischer Charakter: Strenger, starrer Charakter bzw. Erscheinungsbild.